Het doel van de liturgie is het vieren, dat God bij en in zijn Kerk aanwezig is. De Kerk zelf is als lichaam van Christus teken van zijn tegenwoordigheid. En deze nabijheid wordt op heel eigen en onvervangbare wijze gevierd in de Eucharistie en is zelfs tastbaar als wij in de communie het Lichaam en Bloed van Christus ontvangen. We mogen echter niet veronderstellen, dat Gods aanwezigheid zich beperkt tot de communie of de Eucharistieviering. De Heer is aanwezig in alle liturgische vieringen, want Hij wil, dat zijn heil via de liturgie van de Kerk aankomt in ons persoonlijk leven en via ons persoonlijk leven terecht komt in de wereld. Elke liturgische viering dient een gemeenschappelijke viering te zijn, waarin gelovigen actief de viering mee volgen.

De bisschop wijdt priesters en diakens, die door hun wijding hun eigen verantwoordelijkheid hebben voor de liturgie. Deze verantwoordelijkheid betreft alle liturgische vieringen en niet alleen, die waarin zij zelf voorgaan. Ook kan de bisschop leken aanstellen om mee voor te gaan in bepaalde vormen van liturgie. Zij ontvangen daarvoor dan een zending van de bisschop. Er zijn verschillende liturgische vieringen, zoals o.a.:

  1.  Eucharistie
  2.  Woordviering
  3.  Gebedsviering
  4.  Communieviering

De Eucharistieviering is het hoogtepunt en bron van alle liturgie. Het is de gemeenschappelijke viering, waarin wij in dankbaarheid gedenken, dat Jezus Christus zich helemaal aan zijn Vader gegeven heeft en waarin wij kunnen delen in zijn zelfgave. Christus is in de Eucharistie aanwezig in de gemeenschap, die in zijn Naam bijeen is, in de persoon van de bedienaar, in het woord van de Heer en onder de Eucharistische gedaanten. De Eucharistieviering heeft gestalte gekregen volgens de kernhandelingen zoals deze in de verhalen over de instelling van de Eucharistie in het Nieuwe Testament naar voren komen:

  1. Jezus nam brood en beker (dit is het klaarmaken van de gaven),
  2. sprak de dankzegging uit (Eucharistisch gebed),
  3. brak het brood (de breking van het brood)
  4. en gaf het aan zijn leerlingen (de communie).

Op deze manier komt het karakter van de Eucharistieviering tot uitdrukking in haar vorm.

Met de Communieviering wordt bedoeld de zelfstandige communieviering op de zondag door de kerkelijke gemeenschap. De communieviering verschilt van de communieritus in de Eucharistieviering. De communieritus in de Eucharistieviering is de voltooiing van de gedachtenisviering, waarin de gelovige op uitnodiging van Christus neemt en eet. De Communie is aldus een deel van de Eucharistieviering en mag daar eigenlijk niet van worden losgemaakt. De communieviering is een deelname aan de gemeenschap die ‘ zich gebeuren laat ‘  in de Eucharistieviering. Men is niet gelukkig met de ontwikkeling van een zelfstandige communieviering, omdat zij dan losraakt van de Eucharistie, waardoor de beweging van Christus’ zelfgave en onze deelname aan zijn zelfgave tot stilstand komt. Het is belangrijk, dat de verschillende liturgische vormen, als tekenen van Gods’ aanwezigheid, goed van elkaar worden onderscheiden. Want als de eigen aard van elk van deze vieringen helder wordt vorm gegeven, wint de hele christelijke liturgie aan betekenis. Voor de helderheid van het teken is het van belang, dat de viering een orde heeft, waarin de eigen structuur direct herkenbaar is en mensen weten wat ze vieren. Voor de gemeenschappelijkheid van de viering is het van belang, dat die orde één is, zodat iemand uit een andere parochie zich ook hier ‘ kind aan huis mag voelen’ al is het maar, omdat de vorm van de viering bekend is.

Algemene praktische punten in de katholieke kerk

  1. Elk kerk behoort een vast altaar te hebben(vast verbonden aan de vloer).
  2. De eucharistie moet in een gewijde ruimte op een altaar worden gevierd.
  3. Op het altaar is niets aanwezig dan nà de woorddienst tot nà de communie de corporale, de kelk, de hostieschaal, het kelkdoekje, de palla en het altaarmissaal.
  4. Tijdens de viering branden er twee kaarsen op het altaar.
  5. De kleding voor de priester is: de albe, de stool, de singel en daaroverheen draagt hij het kazuifel (kleur van het jaar)
  6. De acoliet draagt een toog met singel en daaroverheen een superplie.
  7. Bloemen worden op een bescheiden wijze aangebracht bij de ambo, voor het altaar en op andere niet te opvallende plaatsen.

Voor de toekomst zijn ook de volgende zaken van belang

  1. Een persoonlijke inbreng bij de vieringen wordt van harte aanbevolen, maar men zal wel moeten zorgen voor stijlvolle teksten, voorbede, lezingen en gezangen, die met God en het geloof van de Katholieke Kerk te maken hebben.en men zal de structuur van elk sacrament moeten respecteren.
  2. De viering zal dus duidelijk een religieuze viering moeten blijven. Hiervan is sprake als zichtbaar is de kerkelijke verbondenheid en daarnaast het uitspreken van de geloofsbelijdenis van de katholieke kerk. Een vreugdevolle viering bij de geboorte van een baby is nog geen doopviering. Een stijlvol, maar verder betrekkelijk algemeen of neutraal, afscheid van een dierbare overledene is nog geen kerkelijke uitvaart, ook al branden er kaarsen en draagt de voorganger speciale gewaden.
  3. Een sacramentele viering is ook altijd iets van een gemeenschap: de parochie en de hele kerk is er bij betrokken. Nooit is een doop, een huwelijk, een uitvaart, iets van de betreffende familie alléén. Nooit is een Eerste Communieviering iets van alleen die of die parochie. De pastoor zal ervoor te zorgen hebben, dat het algemene karakter ook tot zijn recht komt.
  4. De medewerking van parochianen dient gerespecteerd te worden. Zangkoren voor rouw‑ en trouwdiensten bewijzen graag hun diensten. Ze horen er bij. En hun bijdrage is dan ook een garantie voor het religieuze en kerkelijke karakter van de dienst. Deze kerkkoren maken hieromtrent altijd afspraken met de pastoor of diens adviesgroep pastoraat. Ze moeten als het ware beantwoorden aan de geest van de liturgische handeling. Dat laatste kan niet altijd gezegd worden van ingehuurde zangers of zangeressen en ook niet van het combo, dat ook straks bij het feest zal spelen
  5. Het aantal beelden van onze Heer, Maria en de heiligen mag niet op onbescheiden wijze vermeerderd worden. En van éénzelfde heilige zal men gewoonlijk niet meer dan één beeld ter verering uitstallen.
  6. De aanwezige gelovigen betrachten altijd eerbied als zij een viering bijwonen in de kerk. De aanwezigheid van het Allerheiligste verlangt van ons nederigheid en eerbied.

Sacramenten behoren tot de kostbaarste zaken, die Christus aan de kerk heeft gegeven. Men mag het de kerk niet kwalijk nemen, dat zij er met bijzondere zorg over waakt. Een goede viering is een opdracht voor de pastoor én daarbij ook de passende  inbreng van de gelovigen. Het is een opdracht, die niet altijd gemakkelijk is.

 

De katholieke kerk kent een groot aantal hoogfeesten en feesten, waarbij in de Eucharistieviering de hoogtepunten in de geschiedenis van de kerk worden herdacht. De kerkelijke hoogfeesten vormen de hoogtepunten van het kerkelijke jaar. Hieronder geven wij een opsomming van alle feesten en hoogfeesten in het kerkelijke jaar en een korte uitleg van de achtergrond en de betekenis van de belangrijkste hoogfeesten.