De allereerste bewijzen van bewoning op de plaats van het huidige Lage Mierde dateren van nog voor onze jaartelling.

Lage MierdeLage Mierde en het nabijgelegen Hooge Mierde hebben een min of meer gemeenschappelijke geschiedenis. Reeds vóór 1201 behoorde het patronaatsrecht toe aan de Norbertijner Abdij van Floreffe. Hooge en Lage Mierde vormden toen nog één parochie. Nadat het tiendrecht van de Mierden in 1212 uit de handen van Dirk II van Altena aan de Abdij van Averbode was gekomen, ontstond tussen de beide abdijen een conflict.

In 1298 kwam het gebied onder invloed van Hertog Jan II van Brabant. Jan III van Brabant verkocht in 1331 zijn bezittingen aan de bewoners van De Mierden. Het was dus een hertogsdorp, en sinds 1648 een statendorp, zonder heer.
In 1520 werden de parochies gesplitst en kwam het patronaatsrecht van Lage Mierde aan de Abdij van Floreffe. Op 5 mei 1682 werd het patronaatsrecht van Floreffe op de Abdij van Postel overgedragen en dit bleef zo tot 1835, waarna de pastoor door het Bisdom ‘s-Hertogenbosch werd benoemd.
Lage Mierde behoorde bij het Kwartier van Oisterwijk van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch.
Lage Mierde beschikte al over een eigen raadskamer vanaf de 18e eeuw en daarom is Lage Mierde altijd het bestuurlijke middelpunt geweest van de vroegere gemeente Hooge en Lage Mierde. Dit ondanks het feit dat Hooge Mierde steeds een bijna even groot aantal inwoners kende. Aan het dorpsplein vindt men dan ook twee (voormalige) gemeentehuizen.
Een belangrijk historisch feit voor het dorp was het verkopen van grond aan de levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht in het jaar 1898. Het door de levensverzekeringsmaatschappij gekochte gebied ten noorden en ten westen van het dorp werd planmatig ontgonnen en bebost, hetgeen resulteerde in het Landgoed de Utrecht.
In 1903 kwamen de Zusters van Schijndel naar Lage Mierde. Ze bouwden er een klooster, en beoefenden liefdewerk, zoals de bejaardenzorg. In de jaren ’70 van de 20e eeuw vertrokken ze weer. Het klooster werd vervangen door zorgcentrum Lindenhof, maar de kapel bleef behouden en maakt onderdeel van dit centrum uit.

Lage_Mierde_StephanuskerkSt.Stephanus Vinding kerk van Lage Mierde. Het centrum van Lage Mierde vormt het Dorpsplein met aan de ene kant het in 1929 gebouwde gemeentehuis en aan de andere de kerk met daar tegenover de door pastoor Timmer opgerichte nieuwe pastorie. Ook hij was de verbouwer van de kerk. Op een uitbouw achter het koor van de kerk leest men: ‘P.L.P. 2 augustus 1912 I. Timmer parochus. In 1803 kregen de gelovigen van Lage Mierde onder pastoor Scheij hun in vervallen staat verkerende kerk terug. In 1869 onderging de driebeukige kruiskerk een belangrijke restauratie. Het betrof hier onder andere herstel van het bovenlicht, verfraaiing van pilaren en gewelven terwijl er ook nog nieuwe kerkramen en andere versieringen werden aangebracht. De oude kerk dateerde uit het einde van de 15de eeuw. Het voornaamste hiervan overgebleven gedeelte is de toren, die in het begin van onze eeuw stomp en met een lage kap gedekt was. Aan deze omstandigheid had hij vroeger zijn spotnaam van ‘peperbus’ te wijten. We vermoeden zo, dat het wel die van Hooge Mierde geweest zullen zijn, die deze bijnaam hebben uitgevonden, want rivaliteit tussen beide dorpen heeft er altijd bestaan, zoals dat steeds bij tweelingdorpen het geval pleegt te zijn – vooral als ze een flink eind van elkaar liggen.
lagemierdeHet ontbreken van een torenspits zat de Lage Mierdenaars toch wel dwars. Toen dus in 1911 weer eens uitbreiding van de kerk aan de orde kwam, kreeg de toren zijn spits. En nog wel een met een ‘lantaarn’, die echter in 1935 weer is verwijderd. De toren bestaat uit drie geledingen met een links aangebouwde traptoren en hij heeft steunberen op de hoeken. De voorkant wordt door een hele collectie ijzeren ankers ontsierd en het geheel maakt een enigszins plompe indruk. In de van galmgaten voorziene toren hangt een klok, die in 1519 door William Moer werd gegoten.